Bohn Stafleu van Loghum

  • Het Informatorium voor voeding en diëtetiek is een systematisch naslagwerk met alles wat men moet weten op het gebied van voeding en diëtetiek. Dit standaardwerk voor iedere diëtist is online toegankelijk gemaakt via een geavanceerd zoeksysteem, waardoor men altijd snel en efficiënt antwoorden op vragen vindt over voeding en diëtetiek.

  • Dit boek laat zien wat het lichaam van een patiënt de psychotherapeut in klinische situaties kan vertellen. Het helpt om lichaamstaal te leren zien en te interpreteren, om beter te begrijpen wat patiënten je vertellen. Aan de hand van filosofische, intersubjectieve en neurobiologische theorieën legt het uit waar je op kunt letten, en beschrijft het specifieke lichaamsgerichte interventies. Het boek is bedoeld voor psychiaters, psychologen en psychotherapeuten, maar is ook geschikt voor de geïnteresseerde leek.

    Het lichaam in psychotherapie begint met een korte inleiding in de gedachten over lichaam en geest in de psychiatrie en de filosofie. Vervolgens behandelt het in verschillende hoofdstukken onder meer de geschiedenis van het lichaam in de psychotherapie, de functie van de beide hersenhelften, de huidgrens en de effecten van sociale aanraking. Daarna volgen hoofdstukken over neuroceptie, interoceptie en ons lichaam in relatie met anderen. De laatste hoofdstukken gaan over de klinische praktijk van het niet-ervaren lichaam, verhalen van patiënten die in verwarring zijn over hun lichaam, en de lichamelijke respons van de psychotherapeut in de somatische resonantie en de tegenoverdracht.

     

  • Artsen houden van hun vak. Het geeft veel voldoening om contact te hebben met mensenen een verschil te kunnen maken.Het is ook een moeilijk vak. Veel artsen worstelen. De werkdruk wordt steeds hoger. De eisen van overheid en verzekeraars en ook patiënten nemen toe. In combinatie met een zorgzame, hardwerkende en perfectionistische houding van de dokter leidt dit tot stress en soms zelfs burnout.Vrouwelijke artsen treft dit vaak nog wat harder, omdat zij over het algemeen meer enbeter voor anderen zorgen dan voor zichzelf.Hoe blijf je als vrouwelijke arts overeind? Hoe zorg je dat je stevig in je schoenen staat enmakkelijk terugveert in lastige situaties? Hoe houd je plezier in je werk en ben je de bestedokter die je kunt zijn? Hoe zorg je goed voor jezelf terwijl je voor anderen zorgt? Kortom;hoe ontwikkel je veerkracht?

  • Dit boek helpt professionals in het sociaal domein om cliënten met chronische stress beter te ondersteunen. Ook is het boek geschikt voor managers, (dienst)directeuren en voor studenten Social Work, MWD, SJD en SPH. 

    Stress-sensitief werken in het sociaal domein. Inzichten en praktische handvatten voor hulp- en dienstverleners beschrijft hoe chronische stress denken en gedrag ontregelt. In een theoretische inleiding wordt toegelicht hoe het komt dat mensen die in chronische stress leven vaker afspraken vergeten, niet vanzelfsprekend in actie komen en meer moeite hebben hun emoties en verlangens te reguleren. Er wordt uitgelegd hoe het komt dat chronische stress mensen lijkt te gijzelen in hun problematiek. Aan de hand van praktische casuïstiek wordt uitgewerkt wat deze inzichten betekenen voor de publieke hulp- en dienstverlening op terreinen als de re-integratie, jeugdhulpverlening, thuisbegeleiding, schuldhulpverlening, wijkteams en het maatschappelijk werk.Het boek laat zien wat de inzichten betekenen voor bijvoorbeeld de inrichting van ontmoetingsruimten, schriftelijke communicatie en gespreksvoering. Ook vindt u informatie over de waarde van het geven van beloningen, psycho-educatie over stress en instrumenten die cliënten kunnen helpen om (lange)termijndoelen te stellen en die doelen te bereiken. Naast beschrijvingen over de mogelijkheden om de hulp- en dienstverlening effectiever in te richten, krijgt u praktische tips om direct mee aan de slag te gaan. 

    De redactie van het boek wordt gevormd door Nadja Jungmann, lector Schulden en Incasso aan de Hogeschool Utrecht en trainer bij Social Force, Peter Wesdorp, trainer en adviseur bij WhatWorks en specialist op het terrein van de sociale zekerheid en Tamara Madern, lector Schuldpreventie en Vroegsignalering aan eveneens de Hogeschool Utrecht en zelfstandig adviseur en trainer.

  • "In dit boek komen de diverse aspecten van RLS aan de orde. Wat is de oorzaak, hoe stel je de diagnose, hoe vaak en bij wie komt het voor, kan RLS behandeld of genezen worden, wat kun je in eerste instantie zelf doen, wat betekent het voor je omgeving? Duidelijk is dat RLS niet alleen het leven van de patiënt zelf ingrijpend kan verstoren, maar ook dat van de naaste omgeving. Het boek biedt dan ook handvatten om de kwaliteit van leven te verbeteren."

    Naast het informeren van patiënten over RLS is dit boek ook geschreven om behandelaars en begeleiders informatie te bieden waarmee zij hun behandeling en benadering van de patiënt kunnen optimaliseren.

  • De Pedicure-instrumentenwijzer geeft een zo compleet mogelijk beeld van alle mogelijke soorten instrumenten die een pedicure tot haar of zijn beschikking heeft. Het accent ligt op het gebruik van de instrumenten. Per hoofdstuk is aansluiting gezocht bij wat er in de Richtlijnen en Protocollen van ProVoet staat over de betreffende handeling en het gebruik van de instrumenten. Ook het Bedrijfshandboek voor de pedicure en medisch pedicure is steeds gehanteerd.In deze  tweede druk zijn veel nieuwe instrumenten en apparaten toegevoegd.. Het boek benoemt eerst alle handelingen en de instrumenten die daarbij gebruikt worden. Zowel de basis pedicurehandelingen als medische pedicurehandelingen komen aan bod. De auteur geeft advies over welk instrument gebruikt kan worden tijdens welke handeling. Laat zien hoe deze instrumenten eruitzien en geeft advies hoe je ze het beste vast kunt houden. Daarna volgen hoofdstukken over apparatuur, zoals frezen, motoren en tangen. Uiteraard zijn waar mogelijk  diverse tips en werkmethoden van collega's toegevoegd, waardoor de mogelijkheden van de instrumenten nog inzichtelijker worden. Van de meeste instrumenten en de pedicurehandelingen zijn duidelijke foto's in het boek opgenomen.Voor pedicures, medisch pedicures en aankomend pedicures.Tineke de Beer is (medisch) pedicure sinds 1981. Ze was eigenaar van een praktijk voor voetverzorging in Nieuwegein tot 2020. Zij verzorgt regelmatig de opleidingen en na- en bijscholingscursussen voor (medisch) pedicures  bij verschillende opleidingsinstituten. Sinds 1989 is ze examinator/assessor geweest.

  • In dit boek krijg je antwoord op de vraag wat reuma is en welke complicaties zich (kunnen) voordoen aan de voeten. De voet staat centraal: zowel huid- en nagelproblemen, als afwijkingen in voetvorm en voetfunctie, vaat-  en neurologische problemen en de preventie daarvan worden besproken. In heldere bewoordingen worden de consequenties van verschillende vormen van reuma, voetproblemen en mogelijke therapieën behandeld. Ook wat goede schoenen zijn voor reumapatiënten wordt uitvoerig belicht.
    In Voeten en reuma leer je welke voetklachten bij mensen met een reumatische aandoening kunnen voorkomen, hoe een voetonderzoek moet worden uitgevoerd en wat de rol is van de medisch pedicure en podotherapeut. Voor andere (para)medici (in opleiding) geeft dit boek ook nuttige tips en is kennisverrijkend. Het boek Voeten en reuma staat boordevol praktische tips en er is een handig trefwoordenregister.
    Gezien de verhelderende informatie, met waar nodig verklarende tekst, is het zeer toegankelijk voor de geïnteresseerde reumapatiënt zelf.
    Margreet van Putten is arts (n.p.) en ervaren docent/spreker/auteur als het gaat om voeten en behandelen van voetklachten. Elleke Huijbrechts (Msc) is podotherapeut en docent/onderzoeker op het gebied van reuma en voetzorg. 

  • Dit boek helpt de interactie tussen de persoon met dementie en zijn omgeving te verbeteren. Het biedt handvatten om moeilijk verstaanbaar gedrag te verminderen. Deze tweede geheel herziene druk over ondersteunend communiceren bij dementie informeert over nieuw verschenen producten en heeft ook aandacht voor personen met dementie en een verstandelijke beperking. Nieuw is ook het communicatieprofiel en divers filmmateriaal dat u kunt downloaden.  Om alle mogelijkheden tot contact en communicatie te benutten, vertrekken we vanuit Totale Ondersteun(en)de Communicatie èn de onvoorwaardelijke intentie om de ander te willen begrijpen en aan te sluiten bij diens individuele signalen en betekenissen.
    Dit praktische hulpmiddel is bestemd voor iedereen die met personen met dementie omgaat, zowel de professionele hulpverlener als ook het gezins- en/of familielid.
    /> Chris De Rijdt - bachelor in de orthopedagogiek - is praktijklector aan de Hogeschool Gent en auteur van het boek "Ondersteunende communicatie: werken met visualisaties `. Ze werkte voordien als begeleidster/groepschef bij personen met een verstandelijke beperking en kinderen met gedragsproblemen. Ze beschrijft haar eigen ervaringen met haar demente moeder die haar de wondere wereld van dementie heeft leren kennen.
    Wilma Scheres  - GZ-psycholoog en communicatiedeskundige met en voor mensen met een communicatieve beperking  - is werkzaam voor Milo en programma manager Symphonyzorgacademie. Daarnaast is zij docent Train de trainer Totale communicatie en auteur van het boek Totale Communicatie. Zij begeleidt mensen met  een verstandelijke beperking op het gebied van lichaamsbeleving, identiteit en seksualiteit en is coach voor gedragskundigen in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. 

  • Dit praktische boek helpt pleegouders en andere opvoeders om het gedrag van hun (pleeg)kind door een traumabril te bekijken. Dit vergroot de kans op een stabiele opvoeder-kindrelatie en verkleint de kans op een (nieuwe) uithuisplaatsing. Het boek hoort bij de training Zorgen voor getraumatiseerde kinderen. Onderzoek laat zien dat de training leidt tot meer kennis, grotere tevredenheid en minder stress bij opvoeders.Zorgen voor getraumatiseerde kinderen: een training voor opvoeders is gebaseerd op recente wetenschappelijke inzichten. Die zijn op een overzichtelijke en concrete manier verwerkt in powerpointdia's, casusbeschrijvingen en oefeningen. De training bestaat uit acht modules en is oorspronkelijk ontwikkeld door de Amerikaanse organisatie National Child Traumatic Stress Network (NCTSN). In Nederland is Zorgen voor getraumatiseerde kinderen als `goed onderbouwde interventie' opgenomen in de databank van het Nederlands Jeugd Instituut.In deze herziene versie van het Werkboek voor deelnemers zijn de ervaringen verwerkt van professionals die de training sinds 2012 geven. Theoretische informatie wordt compacter beschreven en er is meer aandacht voor het toepassen van de theorie in de praktijk van alledag. Ook zijn verwijzingen naar bronnen waar opvoeders meer kunnen zien en lezen over de verschillende onderwerpen uit de training vernieuwd. Bij het boek hoort een website met extra digitaal materiaal. Zorgen voor getraumatiseerde kinderen is vertaald en bewerkt naar de Nederlandse situatie door Leony Coppens en Carina van Kregten, beide al jaren actief in de zorg voor en behandeling van chronisch getraumatiseerde kinderen als therapeut, supervisor, docent en auteur. Naast het Werkboek voor deelnemers is er een Handleiding voor trainers.

  • Dit boek geeft aan de hand van een groot aantal casussen een concreet beeld van de klachten, symptomen, diagnostiek en therapeutische mogelijkheden bij patiënten met een kunstheup. Relevante achtergrondinformatie wordt uitgebreid besproken en is gebaseerd op actuele wetenschappelijke inzichten. De teksten zijn rijk geïllustreerd met educatieve tekeningen en foto's. Het boek is in het bijzonder bestemd voor fysiotherapeuten, oefentherapeuten, huisartsen en orthopeden.

  • De kans dat u een patiënt in uw stoel krijgt die ouder is dan 45 jaar, is tegenwoordig behoorlijk groot. De vergrijzing! Als u geen speciale maatregelen treft, neemt hierdoor de kans toe op medische calamiteiten in uw praktijk. Het afnemen van een medische anamnese voorkomt zo'n vervelende confrontatie.
    Het 'Europese Medisch Risico Registrerend Historie-systeem' is een preventiemethode, die gebruikmaakt van een door de patiënt in te vullen lijst, die de tandarts verifieert. Deze eenvoudige methode geeft u een systematisch beeld van het risico van tandheelkundig handelen bij de gevonden pathologie. Zo kunt u preventieve maatregelen die nodig zijn onderbouwen. Dat is de meerwaarde van het EMRRH ten opzichte van andere gezondheidsvragenlijsten.
    Deze druk van 'Voorkoming van medische accidenten' is een handzame uitgave waarmee uw kennis op een eenvoudige manier up-to-date blijft. U treft hierin onderwerpen aan waarmee u dagelijks wordt geconfronteerd. De tekst is zeer toegankelijkheid, en waar nodig zijn verhelderende, duidelijke illustraties opgenomen.

  • Dit boek beschrijft de sociale ontwikkeling van kinderen van 4 tot 12 jaar. Het laat zien hoe de sociale ontwikkeling verloopt en hoe opvoeders die kunnen beïnvloeden. Het boek is geschreven voor iedereen die werkt met schoolgaande kinderen, zoals leerkrachten, intern begeleiders, remedial teachers, schoolpsychologen en professionals in de jeugdzorg. Ook is het geschikt voor iedereen die nog in opleiding is voor zulk werk, en natuurlijk voor ouders die geïnteresseerd zijn in de sociale ontwikkeling van hun schoolgaande kind.

     De sociale ontwikkeling van het schoolkind beschrijft verschillende typen relaties tussen kinderen onderling. De betekenis van die relaties is jarenlang sterk onderschat, maar ze vormen een centraal en onmisbaar aspect van de sociale ontwikkeling. Dit boek geeft praktisch en helder antwoord op vragen als: wat houden deze relaties in? Waarom hebben sommige kinderen geen of negatieve relaties? En hoe dragen deze relaties bij aan het ontstaan van prosociaal of antisociaal gedrag? Ook gaat het boek in op andere factoren die van invloed zijn op de sociale ontwikkeling, zoals de sociaaleconomische positie, de genen en het brein.

     Jan van der Ploeg is emeritus hoogleraar Orthopedagogiek aan de Universiteit Leiden. Hij is auteur van meerdere boeken, zoals Eenzaamheid bij jeugdigen, Agressie bij kinderen en Behandeling van Gedragsproblemen.

  • Angst-, stemmings-, eet- en persoonlijkheidsstoornissen worden vaak in stand gehouden doordat het cliënten ontbreekt aan zelfsturend vermogen. Zij hebben problemen met hun zelfbewustzijn, zijn te (weinig) gevoelig voor anderen en/of hebben moeite met het hanteren van nieuwe situaties.Dit Behandelprotocol voor autonomieversterkende interventie neemt de overkoepelende autonomieproblematiek als uitgangspunt en dringt daarmee door tot de kern van de stoornis. De hier beschreven groepsinterventie grijpt in op cognitief, gedragsmatig, interpersoonlijk en emotioneel niveau. Centraal staat het innovatieve begrip 'autonomie-gehechtheid', waarin voorop staat dat de cliënt het `eigen ik' in verbondenheid met anderen verder ontwikkelt dan wel hervindt.Het protocol voorziet in ten minste vijftien groepsbijeenkomsten van elk twee uur waarin telkens een thema centraal staat, zoals overlevingsstrategieën, omgaan met grenzen, emoties en cognities, en afscheid en terugvalpreventie. Tijdens de bijeenkomsten werken cliënten aan het ontwikkelen en vergroten van hun autonomie: aan het versterken van hun zelfgevoel, het vergroten van hun verbondenheid met anderen zonder zichzelf `kwijt te raken', en aan het makkelijker omgaan met nieuwe situaties. Als gevolg van deze (groeps)interventies zullen cliënten minder klachten ervaren en nieuw gedrag vertonen.Het boek is bestemd voor professionals werkzaam in de GGZ waaronder gezondheidszorg- en klinisch psychologen,  psychiaters, psychotherapeuten en zij die daartoe in opleiding zijn.

  • Nederland kent internationaal gezien een laag suïcidecijfer, namelijk 1500 suïcides per jaar. Toch is elke suïcide er een te veel. Met dit boek willen de auteurs een bijdrage leveren aan de terugdringing van suïcides. Behandeling van suïcidaal gedrag in de praktijk richt zich primair op wat je als hulpverlener moet doen: welke vragen stel je, hoe stel je ze, wanneer en aan wie, hoe zorg je voor continuïteit, waar moet je op letten enzovoort. De onderwerpen variëren van de onderkenning van suïcidale jongeren op school tot de behandeling van de chronisch suïcidale patiënt. Er worden preventief georiënteerde programma's beschreven, handvatten geboden voor de opvang van suïcidepogers in het ziekenhuis en crisisinterventie, maar ook de hulp aan nabestaanden van een suïcide komt aan bod. Ook besteden de auteurs aandacht aan specifieke groepen zoals verslaafden, mensen met een persoonlijkheidsstoornis en ouderen met een doodswens. Daarnaast behandelen zij praktische methoden als cognitief-gedragstherapeutische interventies, interventies vanuit de dialectische gedragstherapie en de aanpak van dwangmatig piekeren over zelfdoding. De praktische benadering wordt kracht bijgezet door de vele gedragsbeschrijvingen en schema's. Dit boek is bedoeld voor hulpverleners in de GGZ, zoals sociaal-psychiatrisch verpleegkundigen, verpleegkundig specialisten, artsen, psychiaters, GZ-psychologen en klinisch psychologen. Het is ook geschikt voor opleiding en nascholing, cursussen en trainingen.

  • Dit boek beschrijft en illustreert oefenprogramma's voor de behandeling van de meest voorkomende vormen van kniepathologie in het tibiofemorale gewricht. (Sport)fysiotherapeuten, kinesitherapeuten en oefentherapeuten kunnen er hun kennis mee opfrissen, of er passende knieoefeningen voor patiënten in vinden. Door de overzichtelijke opbouw is het boek bovendien erg geschikt als leerboek voor aankomende professionals.

    Oefenprogramma's voor knieaandoeningen beschrijft van iedere aandoening een voorbeeldcasus met daarbij de symptomen en de belangrijkste bevindingen van het functieonderzoek. Zo wordt duidelijk hoe de aandoening te herkennen is. Vervolgens leest u de meest actuele informatie over de aandoening en algemene informatie over de behandeling. Ten slotte wordt een oefenprogramma beschreven. De oefeningen kunnen, eventueel in aangepaste vorm, vaak ook gebruikt worden als huiswerkoefeningen voor patiënten. Achterin het boek staan vier bijlagen over de juiste uitvoering van het functieonderzoek en de toegevoegde tests. Het boek bevat 428 illustraties.

    Dit is uitgave 28 van de serie Orthopedische Casuïstiek. Tweemaal per jaar verschijnt er een nieuw deel in deze serie. De serie is ook online beschikbaar op abonnementsbasis. Dit deel is geschreven onder redactie van Patty Joldersma (sportfysiotherapeut en fitnesstrainer) en Koos van Nugteren (fysiotherapeut). 

  • Of jeugdigen gelukkig worden is niet te voorspellen. Een succesvol leven kan niet worden gegarandeerd. Er zijn immers veel factoren waarop men geen invloed heeft en die het leven een onverwachte wending kunnen geven.Maar het is wel mogelijk om kinderen en jongeren toe te rusten met middelen die de kans op een geslaagd leven vergroten. Daartoe behoren vaardigheden om goed te kunnen leren, positief met anderen om te kunnen gaan en zinvol deel te kunnen nemen aan de samenleving.Dit boek behandelt een aantal elementaire vaardigheden die nodig zijn om goed te kunnen functioneren in het gezin, op school en in de vrije tijd. Het gaat om vaardigheden die helpen voorkomen dat jeugdigen:o geen oog hebben voor andereno situaties verkeerd inschatteno gedragsproblemen ontwikkeleno conflicten krijgen met andereno op school gedemotiveerd rakeno in een isolement terecht komen.De ouders en de school spelen hierbij een belangrijke rol. Als het in het gezin ontbreekt aan communicatie en onderlinge saamhorigheid bestaat de kans dat kinderen de vereiste vaardigheden niet of onvoldoende ontwikkelen. Wanneer op school onvoldoende wordt geleerd is het risico op maatschappelijke uitval groot.Dat geldt vooral voor kinderen die in aanleg meer moeite hebben met het zich eigen maken van de vaardigheden om goed te kunnen leren en positief om te kunnen gaan met zichzelf en anderen. Daarom is er in dit boek ook aandacht voor kinderen en jongeren met ADHD of autisme, alsook voor jeugdigen die door hun agressie, angsten en beperkte leervermogens, moeite hebben zich de vereiste basisvaardigheden eigen te maken.Hiernaast worden er testinstrumenten aangereikt om de essentiële vaardigheden te screenen. Ook worden er een aantal werkwijzen vermeld om de ontwikkeling van deze basisvaardigheden bij kinderen en jongeren te stimuleren en scheefgroei bij te sturen. Het boek is geschreven voor iedereen die meer wil weten over de vaardigheden die jeugdigen tijdens hun ingroei in de samenleving dienen te ontwikkelen en hoe dit proces bevorderd en bijgestuurd kan worden. Het boek is niet alleen van belang voor beroepskrachten in de jeugdzorg en het speciaal onderwijs of zij die daarvoor worden opgeleid, maar ook voor leraren, (pleeg)ouders en ieder ander die belangstelling heeft voor de ontwikkeling van kinderen en jongeren.

  • Wat leert de klinische praktijk ons over stervenskunst,
    verlangen naar de dood, het zelfgekozen levenseinde en angst voor de dood? Wat
    kan de psychologie bijdragen aan ondersteuning voor ouderen in hun allerlaatste
    levensfase?

    Ouderdom en de dood zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.
    Als de dood komt is het leven voltooid. Maar een leven kan al `klaar' lijken voor
    de dood zich aandient. En andersom, kan de dood al aankloppen, terwijl iemand
    er nog absoluut niet klaar voor is. De naderende dood bij ouderen kent vele
    gezichten, die verschillende emoties, vragen en dilemma's met zich meebrengen.
    Angst, onzekerheid en bezorgdheid kunnen tot wanhoop leiden. Gevoelens van
    eenzaamheid, van niet (meer) geliefd zijn of van anderen tot last zijn, kunnen
    /> verlangen naar de dood aanwakkeren.  
    De naderende dood raakt niet alleen de oudere zelf, maar ook
    de naasten en betrokken hulpverleners. Het vraagt veel professionaliteit om
    ouderen en hun dierbaren in deze fase bij te staan.
    Dit boek belicht het thema `klaar met leven'  vanuit een psychologisch perspectief. Het
    sluit aan bij vraagstukken waar professionals mee worden geconfronteerd in de praktijk
    en geeft handreikingen om ouderen bij te staan in hun verlangens, dilemma's en
    angsten ten aanzien van het levenseinde. Het is primair geschreven voor
    psychologen, artsen, verpleegkundigen, geestelijk verzorgers en andere
    professionals die met ouderen werkzaam zijn. Maar het kan ook een inspirerende bron
    van informatie zijn voor ouderen zelf en andere geïnteresseerden.

  • j In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de meest voorkomende vorm van - constructieve chirurgie van neus en aangezicht, de diagnostiek en chirur- sche behandeling van huidtumoren. Naast het behoud van de functionaliteit van de diverse structuren in het gezicht, speelt daarbij ook het esthetische aspect een belangrijke rol. 2 Diagnose: huidtumoren in het aangezicht j Zoals alle tumoren zijn ook de huidtumoren onder te verdelen in benigne en maligne tumoren. Goedaardige huidtumoren worden frequent gezien door huisartsen. Het vermogen om de juiste diagnose te stellen en om benigne tumoren te onderscheiden van maligne laesies, is een belangrijke vaard- heid voor alle huisartsen. De diagnose wordt meestal gesteld op basis van de anamnese en het uiterlijk aspect van de laesie. Elke laesie waarvan de di- nose desondanks onzeker is, moet worden gebiopteerd voor histopatho- gisch onderzoek. Voor een volledige beschrijving van benigne huidtumoren wordt u verwezen naar de daarvoor bestemde literatuur. Verwijzing naar een dermatoloog is ge¨?ndiceerd als de diagnose niet met voldoende zekerheid gesteld kan worden of de behandeling buiten het bereik van de eigen va- digheden valt. Het basaalcelcarcinoom (BCC), het plaveiselcelcarcinoom (PCC), en het melanoom vormen samen het merendeel (99%) van de maligne huidtumoren in het hoofd-halsgebied. In de afgelopen decennia is de prevalentie van maligne huidtumoren schrikbarend toegenomen. Dit is met name het - volg van langdurige en overmatige expositie aan zonlicht in het verleden. Ook de komende decennia is nog een forse stijging te verwachten.

  • Dit boek geeft zorgverleners praktische adviezen om de familie van iemand met dementie kundig te begeleiden. Je leest aan de hand van praktijkvoorbeelden met welke situaties en ervaringen betrokkenen kampen. Van daaruit krijg je praktische kennis, die je kunt gebruiken om familie te helpen hun ervaringen te plaatsen en ermee om te gaan.Familie begeleiden bij dementie gaat in op de vraag wat je als zorgverlener voor de naasten van iemand met dementie kunt betekenen. Het gaat bijvoorbeeld over het verwerken van het verlies van iemands naaste, de stemmings- en gedragsveranderingen die bij dementie horen, de toenemende zorgtaken en steeds veranderende vragen waarmee familie te maken krijgt.Het boek is opgebouwd volgens het proces dat veel mensen met dementie doorlopen. Van het verblijf thuis, de dagbehandeling, de opname in een zorginstelling tot het levenseinde. Sommige onderwerpen worden apart besproken, zoals contact met de persoon met dementie, veranderingen in intimiteit, de schuldgevoelens die familie kan ervaren en de grote verwachtingen die familie van de zorg kan hebben.Auteurs van Familie begeleiden bij dementie zijn de psychologen Ronald Geelen en Magda Hermsen. Ronald Geelen werkt als psycholoog bij Thebe te Breda, is auteur van verschillende artikelen en boeken, waaronder Dementiezorg in de praktijk - deel 1 & 2. Hij werkt daarnaast voor het Centrum voor Consultatie en Expertise (CCE). Magda Hermsen heeft een eigen bureau voor training, coaching en supervisie. Zij is tevens als consulent werkzaam in opdracht van CCE. De illustraties in het boek zijn van haar hand.

  • Bij (para)medische professionals groeit het besef dat de pijnneurowetenschappen een belangrijke rol spelen in de praktijk van het (para)medisch handelen. Dit handige boek speelt in op de groeiende vraag naar verdieping over de implementatie van pijnneurowetenschappen in het klinisch handelen. Het geeft een praktische handleiding voor het klinisch herkennen en behandelen van patiënten met centrale sensitisatiepijn. Welke behandelvaardigheden heeft de (para)medische professional nodig om patiënten met centrale sensitisatiepijn te begeleiden? Wat is de plaats van farmacotherapie, pijneducatie, cognitieve gedragstherapie en oefentherapie in de behandeling van centrale sensitisatie? Het concept centrale sensitisatie wordt toegelicht aan de hand van casussen uit de klinische praktijk: pijn bij kanker, nekpijn en lage rugpijn. Centrale sensitisatiepijn  in de klinische praktijk is relevant voor alle (para)medisch disciplines die met chronische pijn patiënten werken, zoals fysiotherapeuten, manueel therapeuten, oefentherapeuten en revalidatieartsen. 

  • Dit boek helpt bij het indiceren van `verpleging en verzorging zonder verblijf'. Het 7-stappenmodel zorgt ervoor dat er onderbouwd en transparant geïndiceerd wordt. Deze handreiking is bedoeld voor wijkverpleegkundigen en studenten verpleegkunde.Deze geheel herziene versie van Vakbekwaam Indiceren is overzichtelijker doordat stappen uit het 11-stappenmodel zijn samengevoegd. Het nieuwe 7-stappenmodel is ook in lijn met het verpleegkundig proces, de basis van verpleegkundig handelen. Hoewel in deze handreiking in eerste instantie is uitgegaan van Nanda-I, Noc en Nic, wordt per stap ook aangegeven hoe gebruikers van het Omaha-systeem hiermee om kunnen gaan.Aan de hand van het verpleegkundig proces worden de volgende stappen besproken: anamnese/assessment, verpleegkundige diagnoses, bepalen zorgresultaten, indiceren, organiseren/uitvoeren, monitoren/evalueren en borgen kwaliteit. Dit is de meest logische en meest gebruikte volgorde. Toch moet het in de praktijk wel eens anders. Daarom sluit het boek af met een hoofdstuk over een alternatieve werkwijze.Vakbekwaam Indiceren is geschreven door Henk Rosendal, lector De Gezonde Wijk bij Kenniscentrum Zorginnovatie van Hogeschool Rotterdam en José van Dorst, vakinhoudelijk manager bij TWB Thuiszorg met Aandacht. 

  • Acceptatie en Commitment Therapie bij kinderen en jongeren is een dynamisch werkboek, waarbij alle elementen/vaardigheden voor psychologische flexibiliteit aanwezig zijn, maar waar de volgorde minder vast staat. Het werkboek wordt gebruikt als  een soort kaartenbak met oefeningen die los gebruikt kunnen worden of als geheel: achter elkaar, door elkaar. Dit werkboek heeft als doel voldoende algemene theoretische ondersteuning te bieden voor onbekenden met de methodiek om het toe te kunnen passen. De uitgave is een aanvulling op bestaande boeken over de theorie en praktijk vanwege de theoretische koppeling van ACT met kinderen en jongeren; de oefeningen en metaforen die worden gebruikt,  zijn aangepast op de belevingswereld en ontwikkelingsniveau van kinderen en jongeren. Vanwege de grote verzameling van oefeningen en metaforen, gepresenteerd als `kaartenbak' in dit werkboek, zijn onbekenden met ACT eerder geneigd de methodiek toe te passen.

  • Een wonderlijk hiaat in het Nederlands taalgebied is opgevuld: met dit basisboek beschikt de geneeskunde eindelijk over een state of the art standaardwerk over epilepsie!Het is geschreven door 30 Nederlandse en Vlaamse experts.De opzet is uitgekiend, waardoor het op drie niveaus bruikbaar is:
    ·       het is een compact maar compleet leerboek voor arts-assistenten in opleiding tot neuroloog of kinderarts;
    ·       het is voortreffelijk nascholingsmateriaal voor neurologen en kinderartsen, waarbij actuele best practices inzake alle mogelijke casuïstiek gemakkelijk kunnen worden nageslagen;
    ·       het is een mooie introductie voor huisartsen en alle andere specialisten alsook een naslagwerk voor de onderling zo verschillende beelden.Het boek biedt allereerst zes hoofdstukken basiskennis (actuele definities, classificatie en behandelmogelijkheden). Vervolgens niet minder dan 25 klinische lessen waarin alle belangrijke thema's uit de epileptologie aan bod komen.Voor één van de belangrijkste aandachtsgebieden in de neurologie is nu eindelijk een Nederlandstalig handboek beschikbaar.

  • Dit boek helpt professionals in de GGZ bij de bejegening, communicatie, diagnostiek en behandeling van patiënten met een laag IQ. Juist patiënten met een lager IQ hebben een groter risico op het ontwikkelen van allerhande psychiatrische stoornissen. Onjuiste diagnostiek of een niet-aansluitende behandeling veroorzaakt onnodig lijden bij de patiënt en hoge maatschappelijke kosten.
    Circa 15% van de Nederlandse bevolking heeft een IQ onder de 85, waarbij psychiatrische stoornissen drie tot vier keer vaker voorkomen dan bij een normaal begaafde populatie. Psychiatrische aandoeningen worden in deze patiëntengroep, bij gebrek aan specifieke richtlijnen, zowel onder- als over gediagnosticeerd. Behandelmogelijkheden aangepast aan het cognitieve niveau zijn vaak niet algemeen bekend of niet voorhanden. 
    Behandeling van patiënten met een laag IQ in de GGZ geeft handvatten voor het herkennen van deze patiëntengroep in de dagelijkse GGZ-praktijk. Het gaat uitgebreid in op diagnostiek en behandeling van deze groep. Het leert u hoe u effectief met deze patiënten een gesprek kunt voeren. Door het hele boek heen zijn diverse aansprekende casussen verwerkt.
    Het boek richt zich op psychiaters, psychologen en verpleegkundigen en andere professionals werkzaam in de GGZ-praktijk. Het boek is ook goed bruikbaar in opleidingen binnen de GGZ.

empty